Pensioenbeleggen is in 2025 voor veel vermogende particulieren en ondernemers een van de krachtigste fiscale knoppen om aan te draaien. Zeker als je inkomen hoog is en je vermogen in Box 3 ruimschoots boven het heffingsvrije vermogen uitstijgt, kan pensioenbeleggen een groot verschil maken in netto rendement.
In dit artikel loop ik stap voor stap door:
- wat pensioenbeleggen precies is
- de belastingtarieven in Box 1 in 2025, vóór en na AOW-leeftijd
- de regels in Box 3 in 2025 (heffingsvrij vermogen, fictief rendement, tarief)
- de jaarruimteformule 2025, inclusief factor A
- een concreet rekenvoorbeeld: 10 jaar pensioenbeleggen in Box 1 versus 10 jaar regulier beleggen in Box 3
Zo zie je in cijfers wat het fiscaal kan opleveren om jaarruimte te benutten in plaats van “gewoon” door te beleggen in Box 3.
Wat is pensioenbeleggen in 2025?
Met pensioenbeleggen bedoel ik in dit artikel: het inleggen op een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht bij een bank of beleggingsinstelling, binnen jouw jaarruimte en eventuele reserveringsruimte.
Fiscale kernpunten:
- Inleg is aftrekbaar in Box 1. De inleg op een toegelaten lijfrente is aftrekbaar van je inkomen in Box 1, zolang je binnen je jaarruimte blijft en er sprake is van een pensioentekort.
- Vermogen in de lijfrente telt niet mee in Box 3. De waarde van de lijfrente valt buiten Box 3. Je betaalt hierover dus geen jaarlijkse vermogensrendementsheffing.
- Latere uitkeringen zijn belast in Box . De toekomstige lijfrente-uitkeringen worden volledig belast in Box 1, tegen de tarieven die op dat moment gelden.
In de opbouwfase profiteer je dus van:
- direct belastingvoordeel in Box 1
- geen jaarlijkse heffing in Box 3 over het pensioenvermogen
- pas belastingheffing bij uitkering, vaak in een lager tarief na AOW-leeftijd
Daarbij komt nog dat jouw Pensioenbeleggen pot niet verdwijnt bij overlijden, maar overgaat op jouw erfgenamen.
Box 1 tarieven 2025 vóór AOW-leeftijd
Voor 2025 geldt voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt (en dus volledig premieplichtig is voor de volksverzekeringen) het volgende tarief in Box 1.
Belastingtarieven Box 1 in 2025, vóór AOW-leeftijd
- Schijf 1: tot en met € 38.441: 35,82%
- Schijf 2: meer dan € 38.441 tot en met € 76.817: 37,48%
- Schijf 3: meer dan € 76.817: 49,50%
Deze percentages zijn inclusief inkomstenbelasting en premies voor de volksverzekeringen.
Voor iedereen met een inkomen rond of boven de derde schijf betekent dit dat extra aftrekposten, zoals lijfrentepremie, in belangrijke mate tegen 49,5% “terugkomen” via de aangifte, zolang die aftrek boven in de derde schijf valt.
Box 1 tarieven 2025 na bereiken AOW-leeftijd
Na het bereiken van de AOW-leeftijd vervalt een deel van de premie voor de volksverzekeringen. Daardoor is het tarief in de eerste schijf lager. De overheid heeft deze tarieven voor 2025 (Zie: Belastingdienst).
Belastingtarieven Box 1 in 2025 op AOW-leeftijd
- Schijf 1: tot en met € 38.441: 17,92%
- Schijf 2: meer dan € 38.441 tot en met € 76.817: 37,48%
- Schijf 3: meer dan € 76.817: 49,50%
In de praktijk worden pensioenuitkeringen na AOW-leeftijd daardoor vaak deels belast tegen 17,92% en deels tegen 37,48%, afhankelijk van de totale hoogte van je inkomen (pensioen, AOW, lijfrentes en eventueel andere inkomsten).
Dit verschil in tarief tussen nu en later is een belangrijk onderdeel van het fiscale voordeel van pensioenbeleggen: je krijgt de aftrek nu mogelijk deels tegen 49,5%, terwijl je later uitkeringen mogelijk grotendeels tegen 17,92% en 37,48% betaalt.
Box 3 in 2025: heffingsvrij vermogen, fictief rendement en tarief
In Box 3 betaal je belasting over je vermogen boven het heffingsvrije vermogen. Voor 2025 gelden de volgende kerngegevens.
- Heffingsvrij vermogen 2025 per persoon: € 57.684
- Belastingtarief Box 3 in 2025: 36%
- Fictieve rendementspercentages (voorlopige aanslag 2025)
- Banktegoeden en contant geld: 1,44%
- Overige bezittingen (zoals aandelen, obligaties en vastgoed): 5,88%
- Schulden: 2,62%
De Belastingdienst rekent dus eerst een fictief rendement uit, per vermogenscategorie. Over dat fictieve rendement betaal je 36% belasting.
Voor iemand die uitsluitend in “overige bezittingen” belegt, is de effectieve belastingdruk op het belaste deel van het vermogen in 2025 daarom ongeveer:
5,88% fictief rendement × 36% tarief ≈ 2,12% per jaar
Belangrijk in het kader van pensioenbeleggen: vermogen in een toegelaten lijfrenteproduct valt buiten Box 3. Je betaalt over dat deel geen 2,12% effectieve jaarlijkse vermogensheffing.
Let op: In 2026 stijgt het fictieve rendement naar 7,78% en is de effectieve belastingdruk dus 2,8% per jaar!
Jaarruimte 2025: formule, factor A en maximale bedragen
De jaarruimte bepaalt hoeveel je in 2025 maximaal fiscaal aftrekbaar mag inleggen op je lijfrente, als je in 2024 een pensioentekort had. De Belastingdienst biedt hiervoor een officiële rekenhulp, maar de onderliggende formule is openbaar en door diverse partijen uitgewerkt.
De jaarruimteformule 2025 luidt:
Jaarruimte 2025 = 30% × premiegrondslag − 6,27 × factor A − F
Met:
- Premiegrondslag: je verzamelinkomen (lijfrentegevend inkomen) minus de AOW-franchise
- AOW-franchise 2025: € 18.475
- Maximaal inkomen voor de berekening: € 137.800
- Maximale jaarruimte 2025 (bij geen pensioen via werkgever): € 35.798
- Reserveringsruimte 2025: maximaal € 42.108 (inhaalruimte tot 10 jaar terug, afhankelijk van niet-benutte jaarruimte uit het verleden)
Hier is factor A de jaarlijkse pensioenaangroei in een beschikbare of toegezegde pensioenregeling via een werkgever. F staat voor premies voor een eventuele nettopensioenregeling.
Heb je geen pensioenregeling (geen pensioen via werkgever), dan is factor A in de praktijk 0 en wordt de formule eenvoudiger:
Jaarruimte 2025 = 30% × (inkomen − € 18.475)
Mits je inkomen niet boven de € 137.800 uitkomt (daarboven geldt de maximum jaarruimte van € 35.798.
Fiscale behandeling van pensioenbeleggen in 2025
De fiscale behandeling van pensioenbeleggen in 2025 kun je opdelen in drie fasen.
1. Inlegfase
Je inleg op een toegelaten lijfrente is, binnen je jaarruimte en eventuele reserveringsruimte, aftrekbaar in Box 1. De aftrek vermindert direct je belastbare inkomen.
2. Opbouwfase
Binnen de lijfrente wordt het opgebouwde vermogen niet jaarlijks belast. De waarde telt niet mee als Box 3-vermogen. Er is dus geen jaarlijkse vermogensrendementsheffing over dit deel van je vermogen.
Effectief verschuif je dus belasting:
- van nu, bij een relatief hoog marginaal tarief
- naar later, vaak bij een lager gemiddeld tarief
En je voorkomt gedurende de hele opbouwperiode Box 3-heffing over het pensioenvermogen.
Rekenvoorbeeld 2025: pensioenbeleggen versus 10 jaar regulier beleggen in Box 3
Om het effect concreet te maken, nemen we het volgende profiel.
Uitgangspunten
- Alleenstaande, 45 jaar, AOW-leeftijd nog niet bereikt
- Bruto inkomen Box 1: € 100.000 per jaar
- Geen pensioenopbouw via werkgever, dus factor A = 0
- Geen nettopensioen, dus F = 0
- Box 3-vermogen: € 1.000.000, volledig aangemerkt als “overige bezittingen”
- Geen schulden
- Werkelijk beleggingsrendement (voor belasting): 6% per jaar
- Box 3-heffing wordt gedurende de 10 jaar verondersteld gelijk te blijven volgens de 2025-percentages
We vergelijken over 10 jaar:
- Scenario A: maximaal pensioenbeleggen in Box 1 (binnen jaarruimte)
- Scenario B: niet pensioenbeleggen, maar hetzelfde netto bedrag regulier beleggen in Box 3
Stap 1: Box 3-heffing op het bestaande vermogen
Eerst een beeld bij de huidige Box 3-heffing over de bestaande € 1.000.000.
- Vermogen: € 1.000.000
- Heffingsvrij vermogen: € 57.684
- Grondslag sparen en beleggen: € 1.000.000 − € 57.684 = € 942.316
- Fictief rendement overige bezittingen: 5,88%
- Fictief rendement: 5,88% × € 942.316 ≈ € 55.408
- Box 3-belasting: 36% × € 55.408 ≈ € 19.947 per jaar
Alleen op zijn bestaande vermogen betaalt hij dus circa € 20.000 per jaar aan Box 3-heffing. Dat gebeurt in beide scenario’s, dus dit is geen verschilpost in de vergelijking. Het echte verschil zit in de manier waarop hij nieuwe opbouw doet.
Stap 2: jaarruimte bij inkomen € 100.000
De premiegrondslag is:
Premiegrondslag = inkomen − AOW-franchise
= € 100.000 − € 18.475 = € 81.525
De jaarruimte 2025 wordt dan:
Jaarruimte = 30% × € 81.525 = € 24.457,50
Dat ligt onder de maximale jaarruimte van € 35.798, dus dit bedrag is in principe volledig aftrekbaar, mits er daadwerkelijk een pensioentekort is.
Voor het rekenvoorbeeld ronden we af op een jaarlijkse inleg van € 24.458.
Stap 3: direct belastingvoordeel in Box 1
We berekenen de inkomstenbelasting bij een inkomen van € 100.000, met en zonder lijfrenteaftrek. We laten heffingskortingen buiten beschouwing, omdat we het marginale effect van de lijfrenteaftrek willen laten zien.
Zonder pensioeninleg is het belastbare inkomen in Box 1: € 100.000.
Met de tarieven vóór AOW-leeftijd:
- Schijf 1: tot € 38.441 tegen 35,82% → belasting ≈ € 13.770
- Schijf 2: € 38.441 tot € 76.817, dus € 38.376 tegen 37,48% → belasting ≈ € 14.383
- Schijf 3: € 76.817 tot € 100.000, dus € 23.183 tegen 49,50% → belasting ≈ € 11.476
Totale belasting in Box 1 zonder inleg: circa € 39.628.
Met maximale jaarruimte-inleg van € 24.458 wordt het nieuwe belastbare inkomen:
€ 100.000 − € 24.458 = € 75.542
Dit valt volledig in schijf 1 en 2:
- Schijf 1: tot € 38.441 tegen 35,82% → belasting ≈ € 13.770
- Schijf 2: € 38.441 tot € 75.542, dus € 37.101 tegen 37,48% → belasting ≈ € 13.905
Totale belasting in Box 1 met inleg: circa € 27.675.
Het directe belastingvoordeel door de lijfrenteaftrek is dan:
€ 39.628 − € 27.675 ≈ € 11.953 per jaar
Samengevat betekent dit:
- Brutoinleg pensioenbeleggen: € 24.458
- Belastingteruggaaf/vermeden belasting: ongeveer € 11.953
- Netto kosten per jaar: ongeveer € 12.505
Je schuift dus € 24.458 bruto naar je pensioen, maar het kost je netto circa € 12.500 per jaar.
Stap 4: wat als je dat geld in Box 3 belegt?
Voor een eerlijke vergelijking nemen we aan dat de belegger in beide scenario’s dezelfde netto kasstroom heeft.
- Netto kosten per jaar: in beide scenario’s € 12.505
- Scenario A: hij legt € 24.458 in, maar krijgt € 11.953 terug via de belasting
- Scenario B: hij legt diezelfde € 12.505 direct als reguliere belegging in Box 3 in
We hanteren:
- Werkelijk rendement: 6% per jaar
- In Box 3: effectieve heffing 2,12% per jaar, dus netto rendement ongeveer 3,88% per jaar.*
Stap 5: opbouw in jaar 10 in beide scenario’s
We gebruiken een standaard eindwaardeberekening bij jaarlijkse inleg aan het einde van elk jaar.
- Scenario A: Pensioenbeleggen met jaarlijkse inleg € 24.458, rendement 6% per jaar, 10 jaar.
- Scenario B: Regulier beleggen met jaarlijkse inleg € 12.505, netto rendement 3,88% per jaar, 10 jaar
Scenario A: Pensioenbeleggen
| Jaar | Waarde | Inleg | Rendement % | Rendement | Vermogen |
| 1 | € – | € 24.458,00 | 6% | € 1.467,48 | € 25.925,48 |
| 2 | € 25.925,48 | € 24.458,00 | 6% | € 3.023,01 | € 53.406,49 |
| 3 | € 53.406,49 | € 24.458,00 | 6% | € 4.671,87 | € 82.536,36 |
| 4 | € 82.536,36 | € 24.458,00 | 6% | € 6.419,66 | € 113.414,02 |
| 5 | € 113.414,02 | € 24.458,00 | 6% | € 8.272,32 | € 146.144,34 |
| 6 | € 146.144,34 | € 24.458,00 | 6% | € 10.236,14 | € 180.838,48 |
| 7 | € 180.838,48 | € 24.458,00 | 6% | € 12.317,79 | € 217.614,27 |
| 8 | € 217.614,27 | € 24.458,00 | 6% | € 14.524,34 | € 256.596,61 |
| 9 | € 256.596,61 | € 24.458,00 | 6% | € 16.863,28 | € 297.917,88 |
| 10 | € 297.917,88 | € 24.458,00 | € 322.375,88 |
Scenario B: Regulier beleggen
| Jaar | Waarde | Inleg | Rendement % | Rendement | Vermogen |
| 1 | € – | € 12.505,00 | 3,88% | € 485,19 | € 12.990,19 |
| 2 | € 12.990,19 | € 12.505,00 | 3,88% | € 989,21 | € 26.484,41 |
| 3 | € 26.484,41 | € 12.505,00 | 3,88% | € 1.512,79 | € 40.502,20 |
| 4 | € 40.502,20 | € 12.505,00 | 3,88% | € 2.056,68 | € 55.063,88 |
| 5 | € 55.063,88 | € 12.505,00 | 3,88% | € 2.621,67 | € 70.190,55 |
| 6 | € 70.190,55 | € 12.505,00 | 3,88% | € 3.208,59 | € 85.904,14 |
| 7 | € 85.904,14 | € 12.505,00 | 3,88% | € 3.818,27 | € 102.227,41 |
| 8 | € 102.227,41 | € 12.505,00 | 3,88% | € 4.451,62 | € 119.184,03 |
| 9 | € 119.184,03 | € 12.505,00 | 3,88% | € 5.109,53 | € 136.798,56 |
| 10 | € 136.798,56 | € 12.505,00 | € 149.303,56 |
Het verschil in vermogen in jaar 10 is daarmee:
€ 322.375,88 − € 149.303,56 ≈ € 173.072,32 extra vermogen
bij dezelfde netto lasten per jaar, uitsluitend door de combinatie van:
- aftrek in Box 1
- vrijstelling in Box 3
- rendement-op-rendement zonder jaarlijkse heffing binnen de lijfrente
En dan laten we nog buiten beschouwing dat in Scenario B de extra opgebouwde Box 3-pot de grondslag in Box 3 verder vergroot, waardoor de absolute Box 3-heffing op termijn nóg hoger wordt.
Stap 6: wat gebeurt er later bij uitkering?
De pensioenpot van ongeveer € 307.624 is nog bruto. Bij uitkering betaal je Box 1-belasting. Stel dat deze persoon later als gepensioneerde een gemiddeld effectief tarief van 30% betaalt over zijn lijfrente-uitkeringen (een mix van 17,92% en 37,48%).
De netto waarde van de pensioenpot is dan:
70% × € 322.375 ≈ € 225.662
Zelfs als je met een hoger gemiddeld tarief van bijvoorbeeld 37,5% rekent, blijft de uitkomst:
62,5% × € 307.624 ≈ € 204.708
In beide gevallen ligt de netto uitkomst aanzienlijk boven de circa € 149.303 die resteert bij regulier beleggen in Box 3.
De kern van deze case:
- je legt netto hetzelfde bedrag per jaar in
- je bouwt bruto veel meer op
- je ontwijkt langdurig Box 3-heffing
- je verschuift belasting van een hoog tarief nu naar een meestal lager tarief later
Waarom pensioenbeleggen fiscaal vaak aantrekkelijk is in 2025
De belangrijkste redenen dat pensioenbeleggen in 2025 fiscaal interessant is, zijn:
- Aftrek tegen een hoog tarief in Box 1. In het voorbeeld levert een inleg van € 24.458 ongeveer € 11.953 minder belasting op, een effectief voordeel van bijna 49% op de inleg in de derde schijf.
- Geen Box 3-heffing over het pensioenvermogen. Terwijl regulier belegd vermogen in 2025 effectief ongeveer 2,12% per jaar aan belastingdruk kent bij “overige bezittingen”.
- Rendement-op-rendement zonder jaarlijkse belasting. Binnen een lijfrente groeit het bruto vermogen ongestoord door, zonder jaarlijkse afroming door Box 3.
- Tariefarbitrage in de tijd. Je krijgt de aftrek nu mogelijk deels tegen 49,50%, terwijl je de uitkeringen later vaak (overwegend) tegen 17,92% en 37,48% betaalt, zodra je de AOW-leeftijd hebt bereikt.
- Gedwongen discipline. Omdat lijfrente juridisch is gebonden aan de pensioendoelstelling, is tussentijds “even opnemen” niet mogelijk zonder forse fiscale consequenties. Dat helpt om vermogen daadwerkelijk voor later te reserveren.
Aandachtspunten en risico’s
Pensioenbeleggen is geen vrijbrief. Enkele belangrijke aandachtspunten:
- Een pensioentekort is een voorwaarde voor aftrek. Je moet dus jaarruimte hebben en binnen de grenzen van de wet blijven.
- Een lijfrente is gebonden vermogen. Vervroegd afkopen betekent niet alleen loonbelasting over de waarde, maar in de regel ook 20% revisierente.
- De fiscale regels rond Box 3 en pensioenen zijn in beweging. Het wettelijke kader kan op langere termijn wijzigen.
- In dit voorbeeld zijn heffingskortingen en toeslagen buiten beschouwing gelaten. In individuele situaties kunnen die de optimale keuze beïnvloeden.
- Er blijft altijd beleggingsrisico. Een rendement van 5% per jaar is een aanname. Hogere of lagere rendementen veranderen de absolute uitkomst, maar het relatieve fiscale voordeel van pensioenbeleggen blijft in dezelfde richting werken zolang de huidige systematiek in grote lijnen in stand blijft.
Conclusie: wanneer is pensioenbeleggen in 2025 interessant?
Voor personen met:
- een hoog bruto inkomen
- een Box 3-vermogen dat boven de vrijgestelde drempel ligt of in de toekomst komt te liggen
Pensioenbeleggen in 2025, binnen de jaarruimte, fiscaal zeer krachtig:
Na 10 jaar heb je bij gelijke netto inleg een pensioenpot die meet dan 2 ton hoger uitkomt dan een gewone Box 3-beleggingspot. En zelfs na toekomstige inkomstenbelasting over de lijfrente-uitkeringen blijft de netto uitkomst duidelijk in het voordeel van pensioenbeleggen.
Door de fiscale voordelen is Pensioenbeleggen daarom gigantisch voordelig.
Meer weten?
mr. C.A.W. Casper (Christiaan)
Owner Taxzone Netherlands
c.casper@taxzonenetherlands.nl
